cigprices.comZigarettenprijzen in de Wereld
Home>Blog>Europa wil het prijsverschil voor tabak tussen landen verkleinen: wat dat zou betekenen voor grensaankopen

Europa wil het prijsverschil voor tabak tussen landen verkleinen: wat dat zou betekenen voor grensaankopen

Gepubliceerd op 10 september 2026

Europa wil het prijsverschil voor tabak tussen landen verkleinen: wat dat zou betekenen voor grensaankopen

Volgens onze gegevens kost een pakje Marlboro ongeveer 5,29 € in Polen en 19,20 € in Ierland. Een verhouding van 1 op 3,6 binnen één en dezelfde interne markt. Precies dat verschil wil de Europese Commissie verkleinen.

Haar voorstel tot herziening van de tabaksbelastingrichtlijn ligt sinds juli 2025 op tafel. Het is nog altijd niet aangenomen: het Europees Parlement verwierp het voorstel in juni 2026 en de Raad onderhandelt verder. Dit is de stand van zaken, en wat het zou betekenen voor grensaankopen.

Wat de huidige regel voorschrijft

De geldende tekst is richtlijn 2011/64/EU. Zij legt geen verkoopprijs op, maar een belastingondergrens. Elke lidstaat moet minstens 90 € per 1 000 sigaretten heffen, dus 1,80 € op een pakje van 20, en minstens 60 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs.

Er bestaat één uitzondering: landen die 115 € of meer per 1 000 sigaretten heffen, zijn vrijgesteld van het 60-procentcriterium. Het voorstel zou die drempel optrekken tot 274 €.

Het probleem is structureel. Een ondergrens legt een minimum vast, nooit een maximum. Niets belet een staat om drie keer zoveel te belasten als zijn buur, en dat is precies wat er gebeurt.

  • Polen: ongeveer 5,29 €
  • Spanje: ongeveer 5,70 €
  • Portugal: ongeveer 6,50 €
  • Duitsland: ongeveer 8,65 €
  • Nederland: ongeveer 11,80 €
  • Frankrijk: ongeveer 13,50 €
  • Ierland: ongeveer 19,20 €

De volledige rangschikking, van goedkoopst naar duurst, staat in onze landenvergelijking.

Wat de Commissie voorstelt

De herziening zou de ondergrenzen fors optrekken. Voor sigaretten zou het minimum van 90 € naar 215 € per 1 000 sigaretten gaan, en van 60 % naar 63 % van de gewogen gemiddelde prijs. Beide criteria blijven cumulatief, een „en” en geen „of” zoals bij andere tabakscategorieën, wat de ruimte van fabrikanten voor fiscale optimalisatie beperkt. De Commissie mikt op toepassing vanaf 2028, met een overgangsperiode van vier jaar voor sommige producten.

  • Automatische indexering van de minima om de drie jaar aan de consumptieprijzen
  • Correctie via koopkrachtpariteit: bij een prijsniveau-index van 110 wordt het minimum 222 € per 1 000 sigaretten
  • 21 lidstaten zouden hun tarieven moeten optrekken, zes zitten al boven de nieuwe drempels
  • 15 % van het EU-minimum zou naar de EU-begroting gaan, de rest naar het verbruiksland

Het voorstel verbreedt de grondslag ook naar verhitte tabak, vloeistoffen voor e-sigaretten, nicotinezakjes en ruwe tabak, die laatste tegen de illegale handel. De Commissie zet volksgezondheid, de interne markt en fraudebestrijding voorop. Kleinere prijsverschillen zijn geen uitgesproken doel maar een mechanisch effect: de goedkoopste landen stijgen het sterkst, ook al tilt de koopkrachtcorrectie de ondergrens in dure landen eveneens op. De Commissie rekent op 1 à 2 € per pakje.

Waarom het dossier niet vooruitgaat

In fiscale zaken beslist de Raad met eenparigheid van stemmen. Eén lidstaat volstaat dus om de tekst te blokkeren, en het Europees Parlement heeft slechts een adviserende rol. Op 17 juni 2026 nam het in de raadplegingsprocedure een wetgevingsresolutie aan die het voorstel van de Commissie verwerpt, met 439 tegen 181 stemmen bij 38 onthoudingen, en vroeg het de intrekking ervan.

Een Europese belastingwet vereist eenparigheid van alle zevenentwintig staten. Die regel verklaart waarom de minimumtarieven al meer dan tien jaar niet zijn bewogen.

Het dossier ging in juli 2026 over naar het Ierse voorzitterschap van de Raad, na een Cypriotisch voorzitterschap zonder akkoord. Volgens de belastingdatabank TEDB van de Commissie heft Ierland de hoogste sigarettenaccijns van de Unie: het land dat de onderhandelingen voorzit, zou dus het minst hoeven veranderen.

Wat het zou betekenen voor grensaankopen

Als de tekst het haalt, worden de goedkoopste landen onvermijdelijk het hardst geraakt. Polen, Spanje en Portugal zouden hun ondergrens sterker moeten optrekken dan Frankrijk of Ierland, die al ruim boven de minima zitten. Een rit als Duitsland naar Polen zou een deel van zijn zin verliezen.

Cruciaal punt: Andorra is geen lid van de Europese Unie. Tegen ongeveer 4,60 € per pakje zou het prinsdom volledig buiten het bereik van deze richtlijn blijven. Hetzelfde geldt voor Zwitserland, het Verenigd Koninkrijk, Marokko en Tunesië.

Vergeet niet dat de hoeveelheden die u mag meenemen, los van de betaalde prijs, begrensd blijven door de douanevrijstellingen. We zetten ze op een rij in onze gids over sigaretten kopen in het buitenland.

Tot slot is de onderliggende logica van deze richtlijn volksgezondheid: prijsverhogingen blijven de meest doeltreffende hefboom om roken terug te dringen. Overweegt u te stoppen, dan bespreekt ons aparte dossier de methodes en hoe goed ze werkelijk werken.

Bronnen

Wanneer treedt de nieuwe richtlijn in werking?
De Commissie mikt op 2028, maar er is geen vaste datum. De tekst vereist eenparigheid van de lidstaten, het Parlement verwierp het voorstel op 17 juni 2026 en in de Raad wordt in september 2026 verder onderhandeld.
Wordt mijn pakje duurder?
Niet meteen, en niet overal op dezelfde manier. De Commissie rekent op 1 à 2 € per pakje. Zes lidstaten halen de nieuwe drempels al en 21 zouden hun tarieven moeten optrekken: de goedkoopste landen krijgen de grootste stijging.
Geldt dit ook voor Andorra?
Nee. Andorra is geen lid van de Europese Unie, dus de richtlijn geldt daar niet. Hetzelfde geldt voor Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.
Zouden e-sigaretten belast worden?
Dat voorziet het voorstel. Vloeistoffen voor e-sigaretten, verhitte tabak en nicotinezakjes zouden voor het eerst onder de geharmoniseerde Europese belasting vallen.

Verder lezen

Ontdek cigprices.com